Ghost from the past

20 Sep

Abel belt. Het is 22.00 uur. ‘Heb je de maan al gezien?’ De maan? Nee, ik zat gezapig met mijn vriend op de bank tv te kijken. ‘Heb jij iets van kaasjes of zo of paté?’ ‘Ja, heb ik, wat dan?’ Hij heeft stokbrood en wijn. Het is volle maan, we wonen vlakbij een rivier, daar moet op gedronken worden toch? Door mij dan, hij is gestopt met drinken of ik ook een fles cola mee kan nemen.

M’n vriend kijkt me aan of ik gek geworden ben. ‘Wát ga je doen? Maar het is al laat, ga je nu nog weg? Maar met wie dan en waarom?’ Ik merk dat ik al zo klaar ben met deze relatie. Ik hou juist van die spontane telefoontjes, verrassingen. ‘Maak je geen zorgen’, stel ik hem gerust, ‘ik ga met Abel.’ Abel vindt hij geen probleem, die kent hij. Hij vertrouwt mij en hem dus dat is ’t niet, Maar die drang van mij om steeds de hort op te gaan benauwd hem. Hij herkent dat niet, voelt dat niet en snapt het niet. Ook hij weet dat onze relatie aan het veranderen is. De balans is verstoord en hij krijgt het niet onder controle. Het frustreert hem tot en met. Ik zie het aan hem, maar ik laat hem. Ik pak de cola uit de koelkast, neem wat chips mee en stap op de fiets. Abel woont aan een meer, waar de rivier waar ik langs woon in uitmondt. We ontmoeten elkaar halverwege, gaan op een steiger zitten en praten heel wat af. Hij is een alcoholist, dat wist iedereen, maar nu is hij gestopt met drinken. Maar 2% van de alcoholisten houdt dat vol en hij had het er erg moeilijk mee. Hij had ook nog een voorraadje drank thuis liggen, daar wil hij van af, maar op een leuke manier, niet alles wegspoelen. En dus zitten we daar aan de rivier zijn flessen wijn op te drinken. Ik dus de wijn en hij de cola. Het is een warme zomeravond. Hij trekt het niet goed. Al die mensen die hem zeiden dat hij moest stoppen met drinken, vinden hem nu een zeikerd als hij een biertje afslaat in de kroeg. Waar slaat dat nou weer op, lekkere vrienden zijn dat, is hij daarom gestopt? Kan hij net zo goed weer gaan drinken. We praten de halve nacht. ‘Wil je alsjeblieft even bij me blijven’, vraagt hij. Ik fiets met hem mee naar huis. Ik ben nog nooit bij hem thuis geweest. Wat woont hij mooi! In een (half vergane) woonboot aan een meer. Geen buren en een prachtig uitzicht. We roken waterpijp, we zingen samen, hij speelt op zijn gitaar. We zien de zon opkomen aan dat meer, hij heeft weer een nacht overleefd. ‘Thanx’, zegt hij, ‘nog een paar uurtjes slapen en dan kan ik m’n moeder bellen. Hij bedankt me voor m’n vriendschap, draagt zijn hele drankvoorraad aan me over en dan fiets ik weer naar huis. Daar wacht me vast nog een preek. Maar dat moet dan maar. Ik kruip stilletjes naast mijn vriend het bed in. Hij pakt me vast en kijkt me slaperig aan. ‘Goed dat je bent gegaan’, zegt hij. ‘Abel is zo kwetsbaar, fijn dat hij op je kan rekenen.’ Kijk, zo ken ik mijn vent weer. ‘Thanx’, zeg ik en ik kruip lekker dicht tegen hem aan. Een maand later zijn we uit elkaar.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: