My love

14 Apr

Hij is bij me. Ik wilde perse gedag zeggen. Iets afsluiten zodat het klaar is. Hij is teruggekomen naar Amsterdam. Hij was in alle haast als een gek gevlucht, alles en iedereen achterlatend om in België te zitten, iedereen kwaad op hem, van alles en nog wat vergeten. En dus is hij er weer. Hij mag nog 45 dagen hier blijven om alles wat hij in Nederland heeft opgebouwd af te bouwen. En zoals het er nu naar uitziet blijft hij in ieder geval die dagen nog hier en gaat hij af en toe naar België. Om daar ook wat op te bouwen met werk. Voor elke klus die hij hier afrondt, wacht hem daar een nieuwe.

Er zijn hem wel wat dingen duidelijk geworden. Tijd voor een relatie heeft hij zo nauwelijks. Heen en weer reizen, alles omzetten naar België. Oude klussen afronden, nieuwe klussen starten, al je gereedschap steeds heen en weer zeulen en je kleren en de rest. De stress vreet hem op. Hij heeft ook een maagslijmvliesontsteking en waar bij mij de medicijnen werken als een tierelier heeft zijn arts hem verteld dat hij iets aan zijn stress moet doen en dan gaat het vanzelf over. Alsof die stressfactor binnen een maand over is en in de tussentijd vreet het maagzuur zich een gat door zijn maagwand en heeft hij een maagzweer. Ik geef hem voor een week medicijnen mee van mij. Lekker stel, hoor.

Er is hem nog iets heel duidelijk geworden, hij wil mij niet kwijt. ‘België is niet ver schatje. Ik ben om het weekend in Amsterdam. En jij kan bij mij komen in Luik.’ Luik. Of all Belgian places… Luik. Liège.

Wanneer hij gaat en hoe hij gaat weet hij nog niet, maar hij gaat het niet meer alleen beslissen. Hij gaat het met mij overleggen. We gaan samen kijken hoe we verder gaan. Wat vind ik daarvan? Ik sta niet echt te springen. Ik geloof dat zijn kwartje eindelijk gevallen is, maar wel rijkelijk laat. Maar is het niet beter laat dan nooit? Hij ziet mijn aarzeling en twijfel. Ik zeg hem dat ik geen woorden wil, maar daden. Ik vraag hem wat zijn intenties zijn. Is hij serieus of vind hij het fijn om totdat hij gaat nog even een vriendin te hebben waar hij af en toe helemaal tot rust kan komen. ‘Ga maar even zitten’, zegt hij. ‘Mijn intentie is met je te trouwen. Nog nooit heb ik zo’n vrouw ontmoet als jij en ik baal ervan, want het maakt me gek. Het maakt elke beslissing zo moeilijk om te nemen en geloof me, ik heb al die beslissingen dan niet met jou overlegt, maar in mijn hoofd hoor ik steeds jouw stem die jouw belangen heel goed vertegenwoordigt, het maakt elke beslissing die ik neem tien keer moeilijker omdat m’n hart opeens meestrijd in de discussie. Daar heeft het een hele tijd niet naaruit gezien.’ Trouwen… Niet nu natuurlijk, we kennen elkaar zo kort, maar zijn idee is om een relatie met elkaar op te bouwen en samen oud te worden, waar dat ook is. Met nu een onrustige periode waarin we wel veel contact hebben, maar elkaar onregelmatig zien en straks een regelmatige periode waarin we elkaar om het weekend zien. Best goed te doen.
‘Dus schatje, wat doe je?’

Hij kijkt me aan met z’n mooie ogen. Hij ziet er slecht uit. Moe en vermagerd. Hij kijkt me onzeker aan. Een traan loopt over z’n wang. Hij kijkt weg. Ik hou hem vast en hij breekt. Dit heeft hij niet verdiend toch, huilt hij. Hij is een goede man, hij werkt hard met passie en trots. Slopen zegt hij, dat kan iedereen, maar iets maken, creëren, daar heb je hersens voor nodig en als het dan lukt en je het eindresultaat ziet… Waarom moet hij weg en waarom nu? En ik? Wat ga ik doen, blijf ik bij hem? Of moet hij straks in een ander land in zijn eentje weer een nieuw leven opbouwen? Werken kan hij overal, maar hij wil geen andere liefde, hij wil hier en bij mij en het kan niet en het is niet eerlijk. Tranen met tuiten.

Ik vertel hem dat ik z’n streken zat ben, maar dat ik verder gek op hem ben. Dat ik het haat als hij me negeert, dat dat niet meer mag gebeuren, maar ik wil dolgraag met hem samenblijven. Of in ieder geval de poging wagen. We zitten samen op de bank, eindeloos in elkaar verstrengeld. We zijn samen, hebben voor elkaar gekozen, ik ga veel van België zien de komende tijd. Deze zomer gaan we samen op vakantie. We gaan een leven samen opbouwen en herinneringen maken, precies zoals ik hoopte.

Als de herhaling van Pauw en Witteman voor de derde keer voorbij komt laten we elkaar eindelijk los. Hij gaat, hij moet weer werken morgen.
Dag mooie man. Ik weet dat waar je ook gaat, je aan me denkt. Als je me dat ook nog eens zou kunnen laten merken als je niet bij me bent. Tot snel.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: