Tag Archives: tranen

Lieke is een ster

19 Jun

Als je niet beter wist, dacht je dat wij gisteren een feestje hadden. De oranje vlaggetjes wapperden nog in de straat. We hadden allemaal onze mooie kleding aan. Het huis stond vol met bloemen en op de tafel lagen allemaal lekkere gekleurde gebakjes. Alleen onze gezichten verraadden ons.

Het was een mooie, maar zware dag. Zoveel verdriet, maar er werd ook gelachen en alles zag er iedere keer zo mooi uit. Er was steeds tijd voor een knuffel, een kopje koffie, een praatje of een lach. Mooier dan dit hadden we het niet kunnen doen.

En dan sta je daar, voor die (gelukkig) kleine groep mensen. Met je speech in je hand, brok in je keel. Gewoon maar voorlezen dan. Behalve tranen kwam er dan ook die lach, gelukkig maar. Er werd best nog wel gelachen die dag.

Wat een geluk dat mijn nichtje en mijn zoon ongeveer dezelfde leeftijd hebben. Ze konden de hele dag samen spelen, elkaars hand vasthouden, samen bloemblaadjes op het wiegje leggen. Zo verliet Lieke het huis, gelegen in een wiegje bedekt door blaadjes van witte en roze hortensia’s en gedragen door haar ouders door een erehaag van familie en vrienden, zo mooi, zo indrukwekkend en zo verrot. In het wiegje waarin ook mijn zoon en haar dochter hebben gelegen ging ze naar het crematorium. Daar namen we afscheid en in het park ernaast hebben we allemaal een prachtige ballon opgelaten. Lieke hoeft zich niet te vervelen daarboven. En oude opa en de oude buurvrouw en opa Mochtar en Billy hebben ook allemaal een ballon opgevangen. ‘Welke ben ik nu vergeten?’, vraagt mijn zoon, hij heeft een lijstje met doden. ‘Whitney Houston, schatje, de zangeres.’’Oh ja, die mag er ook één.’

Advertenties

Zoveel verdriet

2 Feb

Ze zat op de bank tegenover me en vertelde. Voor het eerst waren er geen mensen in haar huis, ze had vandaag voor het eerst even rust gehad. Ze vertelde me over de drie laatste maanden die ze doorbracht met haar man. Bij wie al voor de derde keer kanker was vastgesteld en ze zeggen weleens, driemaal is scheepsrecht… Ook dit keer. De ziekte won het glansrijk.

Botkanker werd er bij hem geconstateerd. Uitgezaaid. Drie maanden later is hij begraven. De eerste maand ging het nog, maar de laatste twee maanden waren mensonwaardig. Hij was ten dode opgeschreven, maar wilde niet sterven in het ziekenhuis. Hij ging naar huis, thuiszorg kwam vier keer per dag om medicijnen en infuus toe te dienen. Morfine, daar deden ze niet aan, wel als hij naar het ziekenhuis wilde gaan, maar dat wilde hij niet. Wat een pijn moet hij gehad hebben. Hij zag ze vliegen vertelde oma. Hij kon niet meer slapen en praatte de hele dag, allemaal geijl. Hij zag vliegtuigjes door de woonkamer vliegen, herkende de meeste mensen niet meer, had niet eens meer energie om te zitten, kon alleen nog maar liggen. Omdraaien lukte al niet, daar had hij hulp bij nodig. In niks leek hij meer op de man die hij tot een paar maanden geleden nog was en toen kwam de dag dat hij niet meer wakker werd. Hun schoondochter en kleindochters wonen bij hun in huis. Ze hebben geschreeuwd en gegild om hem wakker te krijgen, ze werden bijkans gek. Die man was meer vader dan opa voor ze en hij voelde nu zo koud aan, zo koud…

In haar allerbeste Nederlands vertelt oma me dit verhaal, ze doet het gegil van de meisjes na alsof het hier weer voor ons gebeurt en dan stopt ze en kijkt ze me aan, ‘en nu’, zegt ze, ‘nu is hij er niet meer, hij komt nooit meer terug. Ik ben gewoon alleen. En ik zit maar steeds naar die lege plek op de bank te kijken en steeds als de telefoon gaat denk ik nog heel even dat hij het is…’ En dan begint ze te huilen. Een dikke stroom van tranen. Ik ga naast haar zitten, pak haar vast en troost haar, en begin dan ook te huilen. ‘Hij was een lieve man’, stamelt ze. ‘En hij komt niet meer. Nooit meer hier. Ik wil ook niet meer hier. Ik regel wat ik moet regelen hier en dan ga ik naar Marokko, naar mijn kleindochters, nooit meer hier in dit lege huis. Mijn zoon heeft z’n zakdoek mee en geeft die aan oma. ‘Niet huilen, oma’, zegt hij, ‘en ook niet meer weggaan.’ Oma droogt haar tranen. ‘Kom op’, zegt ze met een glimlach, ‘eten koken.’

Ster tussen de sterren

5 Okt

Hij is maar drie maanden per jaar in Nederland. De rest van zijn tijd slijt hij in Marokko met zijn broers, vrienden, familie en het allerbelangrijkste, zijn kleinkinderen. Zij zien hem meer als vader dan als opa en hij geniet van die rol. Nu heeft hij tenminste alle tijd. Toen hij zelf kinderen had, had hij drie banen om rond te komen, dus zijn eigen kinderen hebben hem niet veel gezien. Dat haalt hij nu dus flink in.

Mijn kind ziet zijn opa en oma dus niet zo veel. Oma blijft altijd langer in Nederland, meestal drie maanden hier en drie maanden daar. Opa was niet in het land toen zijn kleinzoon geboren werd, hij zag hem voor het eerst na zeven maanden. Ik was benieuwd hoe ze op elkaar zouden reageren. Mijn kind was niet zo weg van mannen en dit was dan ook nog een grote man met snor. Geen sprankje angst, hij kroop meteen bij hem op schoot en begon hem te bevoelen. Hij en z’n opa, binnen een minuut aan elkaar verklonken. Ik was stomverbaasd, maar m’n hart sprong open. Wat een mooi plaatje die twee.

Van het voorjaar ging mijn moeder naar een winkeltje om wat mineraalstenen te kopen. De verkoper sprak haar aan en vroeg of ze een kleinzoon had. Hij gaf haar een omschrijving van mijn zoon en m’n moeder was flabbergasted. Hij vertelde haar dat deze jongen veel contact had met zijn opa. Hij heeft er twee zei mijn moeder nog, maar het ging om de oudste opa, die ene die zo ver weg is. Je hoeft niet dicht bij elkaar te zijn om contact met elkaar te maken en mijn zoon heeft erg veel contact met zijn opa en dat doet hem volgens de verkoper heel veel goed. Ik weet niet of het zo is, maar het zou een hoop verklaren. Mooi verhaal. Ik vroeg het aan mijn zoon, of hij weleens praat met opa uit Marokko, hij kijkt me aan of ik echt heel dom ben… ja natuurlijk!

Vanochtend om 8.00 uur ging de bel. Het was m’n ex en hij had geen goed nieuws. Zijn vader ligt op sterven. Leverkanker, opgegeven. Het valt me ’s ochtends nogal rauw op m’n dak, sta je op het punt naar je werk te gaan, krijg je dit. Het verdriet dat ik voel is groter dan ik had verwacht. Veel groter. M’n zoon vraagt me waarom papa en ik verdrietig waren en ik leg hem uit dat opa in het ziekenhuis ligt, dat hij ziek is en niet meer beter wordt. ‘Gaat hij dan dood? En dan?’ Ik leg hem uit dat opa inderdaad dood gaat. Dat we dan niet meer naar opa toe kunnen gaan. Maar als opa doodgaat, wordt hij een ster, dan staat hij tussen alle andere sterren en de maan en dan kunnen we hem altijd zien. En opa kan ons ook zien. ‘Yes’, zegt hij en hij begint in z’n handen te klappen. ‘Mijn opa wordt een ster!!!’ Hij begint meteen een tekening te maken. Als ‘ie af is legt hij ‘m in de vensterbank, dan kan opa ‘m zien als hij vanavond al een ster wordt. Ik mag de gordijnen niet dicht doen van hem.

Als ik hem naar bed breng, vraagt hij me of ik het verhaal van opa nog een keer wil vertellen. Ik vertel het hem nog een keer en nog een keer en nog een keer. ‘Ga je nog van opa dromen vannacht?’, vraag ik hem. ‘Ja’, zegt hij. ‘Geef opa dan maar een dikke kus en knuffel van mama’, zeg ik. ‘Ook van mij’, zegt hij, ‘en ik ga hem ook vertellen dat hij een ster is.’ Doe dat maar jongen!